Aanbieders van diensten met virtuele valuta moeten in de toekomst een vergunning aanvragen en worden dan onderworpen aan toezicht door DNB. Daarmee komen deze partijen – cryptobedrijven – onder het zogeheten integriteitstoezicht, waarbij het toezicht ziet op het voorkomen van terrorismefinanciering en witwassen.

Dat is een van de nieuwe maatregelen die staat in het consultatievoorstel voor de implementatie van Richtlijn 2018/843, die Richtlijn 2015/849 (de vierde antiwitwasrichtlijn) wijzigt en aanvult. Wat houdt deze vergunningplicht in en wat is het gevolg voor aanbieders van virtuele valuta?

Achtergrond

De vierde anti-witwasrichtlijn is het belangrijkste instrument waarmee op Europees niveau wordt beoogd misbruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering te voorkomen. Aanleiding voor wijziging en aanvulling van de vierde anti-witwasrichtlijn is onder meer het feit dat nieuwe financieringsinstrumenten en betalingsmogelijkheden buiten de reikwijdte van de huidige richtlijn vallen. Met de implementatie van Richtlijn 2018/843 is het noodzakelijk om ook de Nederlandse wetgeving aan te passen. Een van deze aanpassingen is het onder de integriteitswetgeving brengen van virtuele valuta. Hiertoe dient de Wet ter voorkoming van witwassen en de financiering van terrorisme (“Wwft”) te worden aangepast.

Virtuele valuta

Virtuele valuta maken het mogelijk om anoniem transacties uit te voeren. Hierdoor kunnen ze worden gebruikt voor criminele transacties. Het concept-wetsvoorstel geeft in art. 1 Wwft als definitie van ‘virtuele valuta’:

virtuele valuta: een digitale weergave van waarde die niet door een centrale bank of een overheid wordt uitgegeven of gegarandeerd, maar die door natuurlijke personen of rechtspersonen als ruilmiddel wordt aanvaard en die elektronisch kan worden overgedragen, opgeslagen en verhandeld;

De definitie van virtuele valuta ziet aldus op digitale eenheden die als ruilmiddel worden aanvaard en daarmee is de definitie breed. Onder die definitie zullen naar verwachting niet alleen betaaltokens vallen (zoals bitcoin en andere cryptocurrencies), maar ook tokens die recht geven op een functionaliteit of gebruik (usage tokens) of tokens die recht geven op activa of een deel daarvan (asset tokens).

Registratie van aanbieders

De richtlijn bepaalt dat aanbieders van wisseldiensten tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta en aanbieders van bewaarportemonnees geregistreerd moeten worden. Het gaat om partijen die wisseldiensten of bewaarportemonnees beroeps- of bedrijfsmatig in of vanuit Nederland aanbieden. Dit geldt dus ook voor partijen die vanuit een ander land (EU-lidstaat of niet) diensten in Nederland aanbieden en zich richten op de Nederlandse markt. Omgekeerd geldt ook een vergunningplicht voor in Nederland gevestigde partijen die beroeps- of bedrijfsmatig hun diensten aanbieden aan andere landen.

De registratie zal – zo wordt nu voorgesteld – concreet inhouden dat deze partijen een vergunning moeten aanvragen bij DNB. Bij de vergunningaanvraag toetst DNB of de aanvrager kan voldoen aan zijn verplichtingen uit hoofde van de Wwft.

Cliëntonderzoek

Deze verplichtingen houden in dat deze aanbieders cliëntenonderzoek moeten doen (“know your customer”) en ongebruikelijke transacties moeten melden bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland). Cliëntonderzoek is onder meer verplicht als een zakelijke relatie wordt aangegaan (dat wil zeggen: een niet-incidentele relatie) of wanneer één incidentele transactie wordt verricht voor een bedrag van  € 15.000 (of meerdere, samenhangende transacties voor dat bedrag) of indicaties of risico’s bestaan dat de cliënt betrokken is bij witwassen of terrorismefinanciering. Het cliëntenonderzoek houdt kort samengevat in dat de identiteit van de cliënt vastgesteld moet worden, de uiteindelijke begunstigde (van de cliënt) geïdentificeerd moet worden en de zakelijke relatie doorlopend gemonitord moet worden, met een nauwlettende controle van de transacties die worden verricht tijdens de duur van de zakelijke relatie.

Betrouwbaarheid

Daarnaast dienen de personen die bij de vergunningplichtige partijen een leidinggevende functie hebben (of die de uiteindelijke begunstigde(n) van deze aanbieders zijn), betrouwbaar en geschikt te zijn. Bij betrouwbaarheid toetst DNB de voornemens, handelingen en antecedenten van de beleidsbepaler in kwestie. Bij de beoordeling van de geschiktheid stelt DNB vast of de kandidaat over voldoende relevante kennis, vaardigheden en professioneel gedrag beschikt om de functie te vervullen. Dat blijkt onder meer uit opleiding, werkervaring en competenties. De Beleidsregel geschiktheid 2012 geeft meer informatie over de wijze waarop de geschiktheidstoetsing plaatsvindt.

Vergunningplicht

Dat zijn relatief ingrijpende verplichtingen. Het achterliggende doel van deze vergunningplicht is om te toetsen of een partij in staat is om te voldoen aan deze Wwft-verplichtingen. De vergunningplicht houdt niet in dat DNB de activiteiten van de aanvrager beoordeelt, maar slechts of de aanvrager over adequate beheersmaatregelen beschikt om te voldoen aan de Wwft-verplichtingen.

In de tekst van het consultatievoorstel zal de vergunningplicht als volgt luiden (art. 23c Wwft):

  1. Het is een ieder verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning beroeps- of bedrijfsmatig in of vanuit Nederland diensten aan te bieden voor het wisselen tussen virtuele valuta en fiduciaire valuta.
  2. Het is een ieder verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning beroeps- of bedrijfsmatig in of vanuit Nederland bewaarportemonnees aan te bieden.

Hierin staan twee nieuwe definities (art. 1 Wwft): ‘virtuele valuta’ en ‘aanbieder van een bewaarportemonnee’. Het begrip ‘virtuele valuta’ is hierboven beschreven.

De andere nieuwe definitie is de

aanbieder van een bewaarportemonnee: entiteit die diensten aanbiedt om namens haar cliënten cryptografische privésleutels te beveiligen om virtuele valuta aan te houden, op te slaan en over te dragen;

Vervolg consultatievoorstel

Het wetsvoorstel gaat uit van inwerkingtreding op 10 januari 2020. Het betreft hier echter een consultatievoorstel: dat houdt in dat de markt eerst wordt uitgenodigd om suggesties en opmerkingen aan te leveren bij deze conceptwetgeving. Dat kan leiden tot aanpassingen in het uiteindelijke voorstel van wet dat aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Naar aanleiding van de internetconsultatie zijn 32 reacties binnengekomen. Van het verdere verloop van de gang van zaken rond dit wetsvoorstel houden wij u op de hoogte.

Tot die tijd zijn aanbieders van virtuele valuta niet vergunningplichtig.

Tot slot

Interessant om op te merken is dat de Europese financiële toezichthouder ESMA op 9 januari 2019 een rapport heeft gepubliceerd over de regulering van virtuele valuta en de uitgifte daarvan door middel van initial coin offerings: ‘Crypto-assets need common EU-wide approach to ensure investor protection’.

Dit rapport ziet niet zozeer op het integriteitstoezicht dat volgt uit de Wwft, maar uit het prudentiële- en gedragstoezicht dat volgt uit de Wet op het financieel toezicht (Wft). Het ESMA-rapport gaat over de vraag hoe cryptografische tokens moeten worden gekwalificeerd onder het financiële recht. Het complete regulatoire kader dat zal gelden voor (de uitgifte van) cryptografische tokens wordt met het consultatievoorstel en het ESMA-rapport steeds duidelijker.

Verder lezen:

  • Internetconsultatie Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn
  • Wetsvoorstel Wijziging van de Wwft in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2018/843 (…) (Implementatiewet wijziging vierde anti-witwasrichtlijn)
  • Memorie van toelichting op dit wetsvoorstel

 

 

Share This